Zesentwintig jaar in een schuif
← Alle artikelen

Zesentwintig jaar in een schuif

Roel De Frene·17 juni 2026·4 min lezen

Zesentwintig jaar. Zo lang lag het daar.

Een stapel vergeelde bladen, ooit overgetypt door een negentienjarige jongen die niet besefte wat hij in handen had. Het was van de hand van mijn grootmoeder — Germaine Gallant, voor de vrienden Meentje, voor mij gewoon Mémé. Ze had het me toevertrouwd toen ik negentien was: haar levensverhaal, en dat van haar vader, en dat van zijn vader, en dat van een vondeling die in 1812 in Gent werd achtergelaten met niets dan een halve speelkaart.

Ik typte het over, woord voor woord. En toen het klaar was, verdween het in een schuif.

In die zesentwintig jaar heb ik geleefd. Ik werd ondernemer. Ik stond om vijf uur op om mijn bedrijf te runnen, ik werkte keihard — niet omdat het moest, maar omdat ik niet anders kon. Het zat in mij. Ik wist alleen nog niet waar dat vandaan kwam.

Tot ik die schuif weer opentrok.

De herkenning

De uitdraai was vergeeld maar leesbaar. Ik las het in één adem. En ik herkende alles.

De man die om drie uur opstond om brood te bakken — ik stond om vijf uur op voor mijn zaak. De vrouw die het café draaiende hield terwijl de kinderen stierven — mijn eigen vrouw, vroeg uit bed voor de kinderen én haar eigen onderneming, met dezelfde hardnekkigheid. De vondeling die niet wist waar hij vandaan kwam, maar wél wist waar hij naartoe ging — dat was ik. Dat waren wij allemaal.

Iets in mij zei: hier moet je iets mee doen. Het was geen gril. Het was herkenning. Alsof het verhaal al die jaren op mij had liggen wachten — tot ik oud genoeg was om het te begrijpen, en genoeg had meegemaakt om het te voelen.

Ik besliste om er geen kopie van te maken, maar een roman. En al snel werd duidelijk dat één boek niet zou volstaan. Het werden er drie.

Een trilogie van drie generaties

De Vondeling vertelt het begin: Joseph, achtergelaten in de Gentse vondelingenopvang, en zijn zoon Jan, de mandenvlechter. Honderd jaar geschiedenis, en in het manuscript van Mémé zat ik daarna nog maar op pagina dertien.

Om Den Brode draait om Jean-Baptiste, mijn overgrootvader — de bakker, de verkoper, de ondernemer die nooit opgaf. Het boek werd dubbel zo dik als het eerste, simpelweg omdat zijn leven dubbel zo uitdagend was. Een gezin dat na elke tegenslag terug rechtkwam, authentiek bleef aan zijn waarden, nooit opportunistisch.

Meentje is ten slotte het verhaal van mijn grootmoeder zelf — geboren na de Eerste Wereldoorlog, vijfde telg van een kroostrijk gezin dat de oorlog overleefde. Het verhaal komt thuis bij de vrouw die het allemaal heeft doorverteld.

Wat het me leerde over ondernemen

Hier werd het voor mij echt persoonlijk. Want hoe dieper ik in het verhaal kroop, hoe helderder alles werd.

Ondernemen is van alle tijden. De vondeling die zich een plek moest vechten, de mandenvlechter die een café erbij nam, de bakker die telkens opnieuw begon na een deurwaarder, een oorlog, een muntsanering die zijn spaargeld waardeloos maakte — het is exact hetzelfde verhaal als dat van elke ondernemer vandaag. Andere eeuw, andere oven, dezelfde drang.

En er zijn altijd ups en downs. In geen van die drie boeken loopt iets in een rechte lijn. Er is verlies, armoede, kinderen die niet bleven, zaken die failliet gingen. Maar telkens stonden ze weer op. Niet omdat ze helden waren, maar omdat ze geen andere keuze zagen dan doorgaan.

Dat is de les die het verhaal voor mij glashelder maakte: wie volhardt in zijn passie en doorzet, komt er. Misschien niet groots, misschien niet luidruchtig — maar het houdt stand, zoals een oud huis dat staat omdat het altijd heeft gestaan. Het komt altijd goed.

Ik heb Jean-Baptiste nooit ontmoet. En toch voelt hij na het schrijven van dit boek als héél bekend. Want zijn manier van doorzetten herken ik elke ochtend in de spiegel, maar zie het ook in mijn eigen kinderen hun ambities.

Een belofte

Mémé schreef haar manuscript voor haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Ze gaf het door zoals haar vader het aan haar doorgaf, bij de leuvensestoof, in verhalen die bleven hangen.

Dit boek — deze drie boeken — zijn mijn manier om die belofte na te komen. Dat het verhaal niet opnieuw in een schuif verdwijnt. Dat een familiegeschiedenis van meer dan tweehonderd jaar blijft bestaan. En dat iemand, ooit, het weer openslaat en zichzelf erin herkent.

Net zoals ik dat deed, zesentwintig jaar later.

de boeken kan je hier vinden:

Roel